martes, 29 de septiembre de 2009

Over hoe de Goden je soms wegjagen van een plek, waar je eigenlijk graag bent



Toen Isa in Zaragoza was, woonde ik enkele dagen bij Luke in huis. Daar vernam ik via via, hoewel ik er maar een aantal dagen verbleef, dat de huisbaas, ene Dario, die daar ook woonde, het niet zo leuk vond dat ik daar des nachts op den bank verpoos. Nu goed, ik hoorde dit pas toen ik er weg was, maar toch.
Isa had intussen geinformeerd bij haar huisgenoot of het ok was dat ik er een tijdje kon blijven tot ik een nieuwe kamer had gevonden en dat was ok. Maar na vijf dagen werd de huisgenoot zenuwachtig, hoewel ik hem amper ooit zag, en vroeg hij haar wanneer ik wegging, want het werd hem te langdurig. Volgens een vriendin van haar is hij jaloers op mij, omdat hij stiekem een oogje heeft op haar, maar volgens Isa zelf is het gewoon een stereotype Argentijnse man die territoriale neigingen heeft en mij als een indringer beschouwt in zijn territorium.
Nu goed, ik daar weg, ik had intussen al een kamer gevonden bij ene Luca, een excollega van me. Hij had nog wel een kamertje vrij. Niet al te groot en zonder raam, maar wel goedkoop en heel centraal gelegen. Dus ik verhuis daarheen en er was een kat in huis, die mij veel kopjes gaf en rondmiauwde en alles leek koek en ei, tot ik vanmorgen aangevallen werd door het beest. Krabben, bijten, blazen, hoge rug, dikke staart, de hele mikmak. Oorverdovend hing het te krijsen aan mijn rechterbeen, waar het in een flinke oorlog was met mijn schoen. Ik kreeg het maar niet stil, alles wat ik deed, verergerde het en ik had de hulp nodig van Luca, om het te kalmeren.
Ik dacht, misschien is het beest net als de Argentijn bij Isa in huis, ziet het mij als een indringer in het territorium en weet het niet of ik een vriend of een vijand ben. Dus ik denk, ik koop eten voor het beest. Een lekkere zalmmaaltijd. Maar nee, nu net gaf het mijn been weer een haal met zijn klauw en blies het ernaar, toen ik er om heem probeerde te stappen, nadat het mij de weg versperde van de keuken naar de rest van het huis.
Iets lijkt mij niet te willen hier in Barcelona. Iets of iemand vol haat wil me weghebben. Ik vertelde het Isa en ze vond het ergens allemaal dolkomisch. En ze zei, laten we naar Amsterdam verhuizen, volgende maand, gewoon voor een paar maanden, ik heb niets te verliezen. Jij wel?
Nu goed. Bij terugkeer heb ik natuurlijk al mijn vrienden en familie weer die ik graag zie. Maar ook de herfst en de winter en allerlei schuldeisers die me bij het minste of geringste dubbeltje dat ik op straat vindt al tegen de muur zullen drukken om hun deel te eisen.
Nu goed, nu weten jullie het dus, mam en pap. Als jullie over 2 weken in Sitges zitten, zit ik bij jullie thuis voetbal te kijken. Ik zal de plantjes water geven!
(Grapje hoor. Het plan is om in november naar Amsterdam over te komen. Tot die tijd zal ik dus alsnog een baan proberen te vinden hier, om een beetje geld te verzamelen. Vandaag had ik een sollicitatie bij Avis, morgenochtend eentje bij Apple. Tot gauw, vrinden en familie!)

sábado, 19 de septiembre de 2009

Burning Man en Formentera



Over Burning Man werd gezegd dat het onbeschrijflijk was en dat het proberen te beschrijven aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt ongeveer hetzelfde is als het uitleggen van een kleur aan iemand die blind geboren is...
Het is in ieder geval iets erg speciaals. Je bevindt je in een stoffige woestijn, uren van de bewoonde wereld af, tezamen met ongeveer 40.000 hippies. Er is een heuze stad aangelegd, met straatnamen, in de vorm van een halve maan, met in het centrum een standbeeld van een man, The Man, die aan het einde van de week in de fik wordt gestoken.





Er is een tempel, waar mensen foto's hangen van dierbaren die zijn overleden. Ook de tempel gaat aan het einde van de week in de fik. Verder rijden er overal kunstauto's rond. Auto's en bussen getransformeerd tot rijdende disco's, waar je op kunt springen en mee kunt dansen en ergens anders weer af kunt springen.


Dit was 'de onze'.

Iedereen is extreem uitgelaten, heeft zich verkleed als engel, pooier, elfje, stripper, tovenaar of is simpelweg naakt en men is over het algemeen superpositief, om de haverklap worden er kadootjes, knuffels, eten of drinken uitgedeeld. Overdag is het niet te harden, het is snikheet en om de zoveel tijd steekt er een woeste bries de kop op die een zooi stof en zand met zich meebrengt dat je soms niet eens meer twee meter voor je kunt kijken en elke keer als er dan een auto of een hippie uit de mist op komt doemen, ziet het er zo extravagant uit dat je je afvraagt waar je je in godsnaam bevindt.



Er worden overal rare initiatieven genomen, je kunt bij een soort van oliebollenkraam een knuffel uitkiezen in ruil voor een compliment, je kunt midgetgolfen tegen de ballen van een poster van Tom Cruise, je kunt jezelf hoereren, je kunt in een heuze Thunderdome inbeuken op een willekeurige tegenstander, terwijl je hangt een elastieken koord met een kunststof stok in je klauwen, Carl Cox en Dj Dan kwamen langs, naast talloze andere DJs voor het nodige gedans, overal is neon, fluo en glitter te zien, in tenten opgericht als cafes kun je gratis drank krijgen, je kunt keihard trommelen samen met ongeveer 30 anderen en een vette drumvibe tentoonspreiden, je kunt het zo gek niet bedenken of het is er. Reken mee dat men over het algemeen dronken of anderszins gedrogeerd is en ik denk dat een blinde al een aardig idee van de kleur geel zou krijgen.




Luke en ik namen een lift vanuit Portland met een man die zichzelf Ox noemde, zoals ik al eerder meldde. Ox was knettergek. Hij praatte onafgebroken met Luke over aliens, ruimteschepen die bestuurde konden worden op tantrische energie en dat de Egyptenaren technologisch gezien veel verder waren dan wij nu, dat de piramide's bijvoorbeeld in goud gedekt waren en als de bliksem er in sloeg dat er dan allerlei electriciteit werd opgewekt en dat dat straling en akoestiek uitzond dat dan allerlei dingen teweegbracht, maar dat dat op merkwaardige wijze is verdwenen en dat zouden dan aliens geweest zijn, natuurlijk, wat anders, die daarvoor gezorgd hadden en dan nam hij weer een hijs van zijn marihuanapijpje in zijn linkerhand, het stuur in de rechterhand, en dan begon hij weer over mercuryvissen ofzo en al met al heb ik genoten van de reis, want hij was de hele tijd bloedserieus en ik vond het wel vermakelijk. Hij was ook heel erg gay en volgens mij had hij een oogje op Luke.
Naast mij zat een meisje dat Megan heette en uit Texas kwam maar de afgelopen paar maanden in Alaska had gewoond en ze zei vrijwel niets, behalve over haar vorige keer op Burning Man en ene Twatrick die de hele tijd Boepboepboep rondriep en naar haar zeggen was uitgeroepen tot 'meest irritante man op Burning Man 2008'.
De reis begon dus al goed met deze twee leiperiken in ons midden. Het goede nieuws was dat Megan vertelde dat wij wel in een kamp konden komen logeren dat camp Crazy Horse heette en dat betekende dat we niet op de camping hoefde en we zodoende wat mensen zouden kennen.



Na een week lang in de woestijn te hebben gezeten, zonder douche en met alleen maar feest en bovendien na vijf weken vakantie binnen de VS had ik wel weer zin om terug te gaan naar Barcelona. We vertrokken vanuit Burning Man, na wat vertraging, dinsdagochtend en donderdagavond landden we in Barcelona. Daar ging ik meteen naar Isa's werk en zaterdag gingen we naar Ibiza, om zondag de boot te nemen naar Formentera. Op Ibiza hebben we de hele nacht een beetje in de zee gezwommen, naar de maan gekeken etcetera. Formentera was een soort Spaanse versie van Terschelling. Fietspadden, stranden, dorpjes hier en daar, vuurtoren, geweldig rilekste sfeer. En gisteravond kwamen we met tegenzin weer terug in Barcelona. We konden er wel eeuwig blijven. En dan nu weer na zo'n 11 weken vakantie, al met al bij elkaar opgeteld, moet ik weer op zoek naar een baan en een kamer. Zo gaat dat voor wie zich in het leven soort zonder vaste slaapplek!



Vriendelijke stranden, die, als het eb is, de werkelijkheid verraden: afgrijselijk stinkende plassen, krabben, aas en uitwerpselen. Als de zon maar schijnt, de schoft.



Uitzicht vanaf het terras van ons hostelletje. Een witte kerk waar Isa me natspatte met het heilige kraanwater van Formentera en we een reprimande kregen van een dominee omdat we tegen de ballen van Jezus bliezen.




Isa meandert naar het einde van de loopplank, temidden van een golfende, turquouise zee, waar ik rechts van Isa, mijn zonnebril verloor, toen ik vooroverboog om het water eens van wat dichterbij te bekijken. De Middellandse zee schampt niets voor niets de Marokkaanse kust, de dief. Grapje, meneer van de AIVD die mij stalkt en dit nu leest!



Wat is er mannelijker dan een stenen standbeeld van een man en een man ernaast, die stenen heft en zo zijn spieren traint? Ik zeg, niet veel, meneer Witteman. Niet veel.



Michael Reiziger was toevallig ook aanwezig.



Hier stal ze mijn hart en gooide het in de zee. Het maakte drie sprongetjes en zonk toen naar de bodem.



Aw.