
Voor de apotheek stond een kluwen aan tieners in de rij voor iets, maar ik wist niet wat. Starbucks? Leek me sterk.
Ik worstelde me door de menigte heen naar de apotheek voor mijn dosis Mycostatine (naweeën van de gele tong c.q. prille verslaving) langs een meisje dat aan het zingen was met een telefoon tegen haar oor. Ze stond voor de deur van de apotheek, licht voorovergebogen, maar toch uit volle borst, een R&B lied te jengelen.
Ik keek het apothekersmeisje aan, die met een frons tussen haar wenkbrauwen achter de balie stond en bestelde de Mycostatine. Ik draaide me om en zag het meisje vals kreunend aan de telefoon letterlijk haar tonen de apotheek ingalmen.
Ik vroeg: "Que es esto?" aan het apothekersmeisje. Ze lachte, haalde haar schouders op.
"Waarom moet ze nou de apotheek inzingen en niet de andere kant op? Ik vraag toch niet veel?"
Toen ik de apotheek uitliep, bekeek ik het tienerpubliek. Overal stonden jongens en meisjes vals te zingen. Al die jonge puppyhoofdjes, besmeurd met makeup, lippenstift, allerlei goedkoop ogende juwelen en over het algemeen een geïrriteerde blik in de ogen.
Toen zag ik de reclame, de borden. Ze stonden in de rij voor de Spaanse X-factor of iets dergelijks, als een stel schapen in de rij voor de slacht, mekkerend en al. Alsof ze een McDonalds maaltijd afhaalden, stonden ze in de rij om even een zangcarrière af te halen.
Snappen ze dan niet dat je kwaliteit niet kunt ronselen... Dat moet rijpen. Dat kun je niet omhoog takelen, dat komt boven drijven.
Maar daar gaat het natuurlijk allang niet meer om, kwaliteit, het gaat om de buitenkant.
Wie kan inhoudsloze rommel het beste vorm geven?
Wie is de mooiste vuilniszak?
Zo bezien is het nog best hilarisch.





